Wijnblog.be

Wijnblog.be

Over deze blog...

Het is de bedoeling om op deze pagina’s bijdragen te plaatsen over recent geproefde wijnen. Het gaat hier dan uiteraard eerder over de persoonlijke appreciatie van een wijn dan over een puntenevaluatie à la Parker. Verder komt er ook ruimte voor andere wijntopics zoals verslagen over wijnuitstappen en –proeverijen, verwijzingen naar interessante wijnsites of artikels over wijn, allerhande wijnweetjes, aangekondigde wijnevenementen enz…

Rémy Martin VSOP new style

WijninfoGeplaatst door pvo 03 mei, 2012 23:50

Maandag 23 april jongstleden had communicatiebureau Oona Dhr. Dominique Jousson, internationaal ambassadeur van Rémy Martin, naar Brussel gehaald voor een exclusieve infosessie en kennismaking. Voor diegenen die absoluut niet thuis zijn in de wereld van Cognac, Rémy Martin is één van de 4 premium merken van deze sterke drank. Hun meest gekende product, de Rémy Martin VSOP, heeft waarschijnlijk in elk huishouden in Vlaanderen ooit wel al eens in de barkast gestaan. Wellicht zal de legendarische, groene, matglazen fles vooral bij de iets oudere lezer onmiddellijk een soort aha-erlebnis te weeg brengen.

Wel, die fles zal binnenkort helemaal verdwijnen, tenminste toch in Europa. In de rest van de wereld blijft de Rémy Martin VSOP wel nog beschikbaar maar in onze contreien wordt deze de komende maanden vervangen door de Rémy Martin VSOP Mature Cask Finish. Een zeer gedurfde zet want een extreem gekend product wordt plots omgevormd tot een Europese en niet-Europese variant + zal de Europese consument plots niet gaan denken dat hij een volledig ander product krijgt?

Wat verandert er eigenlijk en wat blijft hetzelfde? Wel, het basisproduct, de Cognac VSOP, die blijft sowieso 100% dezelfde. Nog steeds gemaakt van enkel druiven geteeld in de Grande en Petite Champagne zone. Overigens is Rémy Martin de enige van de 4 premium merken die enkel en alleen met druiven uit die zones werkt. Voor een volledig overzicht van de verschillende zones en de kwaliteitsaanduidingen van de Cognac, verwijs ik snel even naar een eerdere blogpost. Ook de finale blend van de verschillende eaux-de-vie verschilt in niets van de klassieke VSOP. Enkel de lagering verloopt anders want de Mature Cask Finish wordt gedurende 12 maanden gelagerd op kleine, 20-jaar oude Limousin vaatjes. Hierdoor wordt de houtimpressie versterkt en zou de Cognac moeten winnen aan zachtheid en complexiteit.

We namen de proef op de som en vergeleken de klasieke VSOP met de Mature Cask Finsh. In kleuraanzet valt hoegenaamd geen onderscheid te bemerken maar er zijn wel duidelijke verschillen in geur en smaak. Terwijl de klassieke VSOP meer de florale en fris-fruitige registers bespeelt, gaat de Mature Cask Finish op zoek naar intensere tonen van marsepein, cederhout, gedroogde vruchten (abrikoos, vijg en dadel) en zachte specerijen. Ik vind de nieuwe Mature Cask Finish zeer geslaagd en door zijn specifieke opvoeding op kleine vaatjes een ruk opschuiven richting een XO Cognac.

Wat bracht de avond verder? Coctails op basis van Cognac als aperitief. Leuk maar net als alle coctails wellicht gevaarlijk als je hier vol op doorgaat. Ik beperkte me tot de Mojito versie met Cognac. Niet slecht maar als de Cognacproducenten er echt op willen mikken om de jongere consument te verleiden met een hip drankje gebaseerd op Cognac dan zullen ze nog inventiever moeten zijn. Zelf ben ik er van overtuigd dat het kan aanslaan maar enkel als ze stoppen met "klassieke" coctails heruit te vinden door de gebruikelijke sterke drank te vervangen door Cognac. Neen, naar mijn gevoel moet dan maar eens serieus wat tijd gestopt worden in de ontwikkeling van nieuwe coctails waarbij specifiek wordt nagegaan welk fruit(sap) zich het best leent voor een combo met Cognac. En de kunst zal er ook in bestaan om het geheel fris en niet te alcoholisch te houden. De Cognacproducenten kunnen dus best uitkijken om een soort smaaklaboratorium op te zetten samen met een aantal mixologisten, trendwatchers en marketeers teneinde hier de bal niet mis te slaan.

Ik onthield ook dat Cognac vooral best niet in van die grote ballonglazen geserveerd wordt. Jammer, want ik heb er daar net een mooie set van! De reden is echter heel pertinent. Vroeger werden huizen anders verwarmd (lees, het was in de woonkamer een stuk kouder dan nu bij ons het geval is) en de mensen bewaarden drank en voedsel in een koele berging (nu gaat het bij ons ofwel de koelkast ofwel de barkast in). Na het inschenken van een glas Cognac moest de drank dan ook nog eerst even op de juiste temperatuur gebracht worden en dit kon perfect door met zo'n groot ballonglas wat te gaan walsen. Nu is dit absoluut niet meer nodig en komt de Cognac reeds op kamertemperatuur in het glas. Als je de drank dan nog eens wat bijkomend gaat verwarmen door contact met de handen (zo'n ballonglas pak je niet bij het veel te korte steeltje vast) dan maak je veel te veel alcohol impressies vrij waardoor de Cognac plots agressiever gaat overkomen. Niet doen dus! Neem gewoon een klein wijnglas (genre Vigneron of zo) en nip zo van de Cognac.

Het was in elk geval een boeiende en leerrijke avond in een aangenaam kader (het Tenbosch House in Brussel) en opgeluisterd met smakelijke hapjes. Dank aan Oona en Rémy Martin voor de puike organisatie van dit info-event voor bloggers.

Links bij dit artikel:

Oona: www.oona.be

Rémy Martin: www.remymartin.com

  • Reacties(0)//www.wijnblog.be/#post220

Prijzen Bdx '11

WijninfoGeplaatst door pvo 06 apr, 2012 01:11

Volgens Decanter zal de primeurprijs voor minstens één van de 1er Grand Crus 2011 zowat de helft lager uitvallen dan vorig jaar. Als één van de grote vijf dit doet, zullen de anderen wellicht een gelijkaardige houding aannemen of het zou moeten zijn dat het domein in kwestie een zeer middelmatige wijn heeft geproduceerd in vergelijking met de overige vier.

Een voorbode van gematigde prijzen voor Bordeaux 2011? Een terugkeer naar de redelijkheid na de "frenzy" van 2009-2010 en in lijn met het huidige economisch klimaat?

(Foto overgenomen van http://bordeaux-tradition.com/WordPress3/)

Mijn bedenkingen (for what it's worth).

1) We spreken dan over prijzen (voor de 1er GCC's) van 300-350 euro/fles. Inderdaad veel minder dan de 550-600 euro voor de primeurs 2010 maar tel daar maar nog een stevig stuk taksen en marges bij vooraleer je aan de echte consumentenprijs komt.

2) Een kleine vergelijking. Volgens Bordoverview kwamen de 1er GCC's voor 2004 uit aan ongeveer 150 euro/fles en voor 2008 aan om en rond de 175 euro/fles. Pittig detail: Bordoveriew gaat uit van de vermoedelijke prijs die aan de consument wordt aangerekend. Ik denk dat Bdx '11 niet beter wordt dan 2008 en toch zit dit meer dan dubbel zo hoog qua prijszetting.

3) Zelfs al volgen alle 5 GCC's dezelfde lijn en zetten ze het mes in hun prijzen, dan nog is er geen enkele garantie dat de andere GCC's dit ook gaan doen. Die hebben hun prijzen uiteraard ook wel geweldig zien aanzwellen de laatste jaren maar niet in diezelfde stratosferische proporties als voor de 1er GCC's. Vergeet het dus maar dat u daar een deling door 2 zult meemaken.

4) De echte reden voor een prijsmatiging? Ook in het Verre Oosten (en meer bepaald in China) beginnen ze te beseffen dat 1.000 euro/fles niet echt meer van deze wereld is. Bovendien hebben ze daar ontdekt dat de wijnwereld groter is dan Bordeaux (met sterk stijgende prijzen voor Bourgogne als gevolg) en kunnen deze niet anders dan zich wat competitievere prijzen aan te meten.

5) De slachtoffers van dienst? Een hoop mensen zal misschien verwachten dat ook de mindere goden nu massaal de hakbijl zullen hanteren voor de prijs van hun wijnen. Eigenaars van Cru Bourgeois domeinen (die goede wijn maken!) zien de bui waarschijnlijk al hangen. En wat te zeggen van de grote plas aan meer generieke Bordeaux? Er zitten daar een hoop domeinen tussen die nauwelijk het hoofd boven water houden. Wedden dat de supermarktketens reeds hun rekenmachines bovenhalen om te kijken hoeveel ze nog verder kunnen afdingen?

6) De Bordelezen doen hun best om de campagne voor de 2011 wijnen op de rails te krijgen en je kan ze dat niet kwalijk nemen. Het gaat tenslotte om commerciële bedrijven die voor hun broodwinning opkomen. Maar de echte vraag is wie er in godsnaam zit te wachten op Bordeaux '11?

En toch ben ik ook volop de primeurcampagne aan het volgen via Twitter en andere online kanalen. Tja, draai en keer het zoals je wilt maar het hele circus heeft nu eenmaal een bepaalde aantrekkingskracht waarbij het moeilijk is om afzijdig te blijven. Bovendien is mijn dochter geboren in 2011 en net zoals dit het geval was voor onze zoon wil ik toch ook graag wat Bordeaux uit haar geboortejaar inslaan. Overigens doet onze zoon volgende maand zijn eerste communie en hebben we voor het feestje alvast wat flessen Bordeaux 2005 op het programma staan. Brengt me tot de vaststelling dat wijn toch altijd wijn blijft en vooral bedoeld is om hart en gemoed plezier te doen. Ook al komt het uit Bordeaux en wordt er meer over prijs dan over wijn gepraat.

Om op een positieve noot te eindigen, ik heb net een Ch. Potensac, 2003 (gevaarlijk jaar, hittegolf, weet u nog wel!) uit de Médoc geopend. Het is een Cru Bourgeois Exceptionnel, een inmiddels niet meer bestaande categorie. Destijds waren ze met 9 in dit segment van de Cru Bourgeois waaronder Ch. Chasse-Spleen, Ch. Les Ormes-de-Pez, Ch. Poujeaux en Ch. Labégorce Zédé. Zeer mooie wijnen en ik begin te begrijpen waarom ze niet meteen staan te trappelen voor de recente hervorming waarbij alle Cru Bourgeois in één mandje terecht zouden komen. Deze wijnen spelen toch duidelijk een categorie hoger dan de doorsnee Cru Bourgeois. Overigens is de Ch. Potensac, 2003 schitterend. Een beauty, en niets van veroudering te merken. Heel veel donker en vers geplet bessenfruit (braam, cassis, bosbes), mooie houttoets (nog niets van tertiaire aroma's), frisse aciditeit (zelfs behoorlijk wat menthol impressies), goede lengte en behoorlijk potige tannines. Mag gerust nog wat jaartjes liggen. Ik blijf het wat herhalen maar niemand (uit Bordeaux) luistert. Kunnen we aub eens een herziening hebben van dat archaïsche klassement van 1855? En kondig het ruimschoots op voorhand af zodat de ingeslapen domeinen de kans hebben om zich te herpakken? Overigens een herziening hoeft toch niet meteen te betekenen dat een hoop domeinen er plots uitgeflikkerd wordt? Laat de beste Cru Bourgeois gewoon de mogelijkheid om op basis van een serie degustaties over verschillende oogstjaren te promoveren tot dit kransje topdomeinen.

  • Reacties(0)//www.wijnblog.be/#post218

Cognac (3): le coin du paradis

WijninfoGeplaatst door pvo 02 aug, 2011 23:46

Tijd voor het derde en laatste stukje over Cognac (en Pineau des Charentes). De druilerige Belgische zomer duwt de herinneringen aan ons verblijf op de Métairie de la Barre inmiddels reeds een ferm eind naar de achtergrond. En het aura van het voorbije en toch wel unieke voorjaar is ook reeds fel aan het verbleken. Maar dat voorjaar heeft wel overal zijn sporen nagelaten. Bernard Bégaud vertelde ons dat de natuur ongeveer een maand voorsprong heeft (zie foto hieronder van druiven die normaal maar begin augustus zo groot zijn) en dat er her en der sterfte is door het aanhoudend watertekort.

Enkele dagen na onze thuiskomst kregen we een berichtje van mevrouw Bégaud die ons dolgelukkig meedeelde dat er eindelijk een deftige hoeveelheid neerslag was uit de lucht gevallen. Hopelijk is de rest van juli daar wel wat beter meegevallen dan bij ons of die maand voorsprong op de oogstkalender zou wel eens bijna helemaal uitgeveegd kunnen zijn.

Maar goed, terug naar de essentie. Na ons gesprek over de historiek van het domein en dat van Cognac in het algemeen, toog Bernard Bégaud me mee naar de distilleerderij. Eerst en vooral om wat inzicht te verschaffen over zijn manier van werken en uiteraard om een en ander te proeven. Maison Bégaud produceert jaarlijks zo'n 4.000 liter eau-de-vie en dat wordt op onvervalst artisanale wijze gedaan. Zo is Bernard Bégaud waarschijnlijk nog een van de weinigen die stookt op hout en niet op gas. Dit zorgt voor zachtere temperaturen die toelaten dat de wijn geleidelijk aan opwarmt tijdens het distillatieproces. Bernard Bégaud vergelijkt het met het maken van confituur. Je kan kiezen voor de snelle aanpak op een fel vuur waarbij de confituur in een mum van tijd klaar is maar de expressie van fruit moet inboeten ten voordele van de suiker. Of je kiest voor het meer geleidelijke proces van sudderen (mijoter) dat uiteraard meer tijd vergt maar waarbij de aroma's van het fruit volop naar boven komen. Deze principes gelden volgens Bégaud ook voor de productie van Cognac en leveren mooiere en vooral rijkere aroma's op. Een en ander betekent wel dat bij Bégaud maximaal 2 distillaties per dag kunnen gebeuren terwijl anderen er 3 voor hun rekening kunnen nemen.

Uit de vorige aflevering weten we nog dat het de Hollanders waren die wijn verstookten tot brandewijn om deze later weer aan te lengen met water. Dat dit niet meteen wereldschokkende resultaten opleverde, heb ik proefondervindelijk kunnen vaststellen. Het eerste proefmonster dat me werd aangeboden was een glaasje enkelvoudig distillaat. In wezen dus hetgeen de Hollanders produceerden vooraleer het principe van de dubbele distillatie werd ontdekt. Het brouwsel is beduidend lager in alcohol (zo'n 30°) dan Cognac en ruikt nogal chemisch. Bernard Bégaud lengde het spul vervolgens aan met 2 delen water en re-creëerde zo wat de Hollanders in hun verre afzetmarkten als wijn uit de Charente probeerden te verkopen. Resultaat: een glas water met de smaak van chemische rotzooi die een normaal mens nog het best als verontreinigd zou kunnen beschouwen. Niet al te verwonderlijk bleken de klanten van deze troep niet echt tevreden over de kwaliteit en bleek dit niet de kip met de gouden eieren voor de Hollandse koopvaarders.

Over naar proef nummer 2: het degusteren van jonge eau-de-vie. Dit is dus Cognac in embryonale vorm, wel dubbel gedistilleerd maar nog niet op hout gelagerd. Ik proefde eerst het distillaat nr. 4 en merkte meteen dat dit een pak hoger in alcohol zat (de voor Cognac normale 45°) en dat het volledig gevrijwaard was van de chemisch aandoende aroma's van het eerste proefmonster. Nummer 4 bleek bijzonder aromatisch en had een fijne kruidige neus die me vaag wat aan Gin deed denken. Vervolgens schonk mijn gastheer me het distillaat nr. 12 in. Qua alcoholgraad en afdronk hetzelfde als nr. 4 maar veel meer gesloten en veel minder aromatisch. Beide proefstalen konden zich ten opzichte van elkaar best verhouden als Gin versus Wodka. De verrassende conclusie was wel dat de verschillende brouwsels die uit de alambiek komen dus geenszins hetzelfde zijn en elk hun eigen aromatische typiciteit hebben. Hetgeen bij mij de vraag deed opwellen van hoe Cognac dan precies geassembleerd wordt? Creëert men eerst een “cru” en steekt men die vervolgens op vat of wordt alles apart gelagerd en maakt men na pakweg 4 jaar een selectie van wat uiteindelijk de finale blend zal worden? Bernard Bégaud legde me uit dat de assemblage gebeurt vooraleer de eau-de-vie op vat gelagerd wordt en dat die assemblage nu net één van de zaken is die een zogenaamde “bouilleur des crus” (distilleerder/producent van Cognac) goed onder de knie moet krijgen. Hij beslist welke distillaten gebruikt worden voor de Cognac en welke geschikt zijn voor de productie van Pineau des Charentes.

Na de jonge eaux-de-vie was het nu tijd om de Cognac zelf te proeven. Ik begon met een 10 jaar oud die reeds veel zachter geurde dan de eau-de-vie en die reeds een mooi goudgele kleur had bekomen. Het pallet aan aroma's was ook veel breder geworden met mooie tonen van sigarenkistje, tabak en vijg. Daarna volgde de 40 jaar oud. In vergelijking met de 10 jaar oud opnieuw veel voller en romiger in geur en smaak. Naast de impressies van sigarenkistje, tabak en vijg, komen nu ook (gedroogde) abrikoos en een trits specerijen aangedreven. Tot slot volgde de 50 jaar oud. Opnieuw een categorie hoger qua zachtheid en romigheid. De dominante geur van specerijen was hier minder aanwezig en wat opvalt is het perfecte evenwicht en de bijzonder rijke gelaagdheid van deze Cognac. Een Cognac die zo zacht is dat hij ook niet Cognac liefhebbers moet weten te bekoren.

Het bezoekje aan de distilleerderij gebeurde zonder mijn echtgenote die zich inmiddels ontfermde over onze dochter. Bovendien interesseert zij zich meer voor Pineau des Charentes dan Cognac. Waarop onze gastheer wat mysterieus aankondigde dat het hele gezin de volgende dag uitgenodigd was voor een bezoekje aan “le Paradis”.

Le Paradis bleek niet minder dan de chai te zijn waar een ware schat aan zeldzame Pineau des Charentes liggen te rijpen. Het is in feite de oude distilleerderij van Maison Bégaud waar Bernard de stiel leerde van zijn grootvader. Het is een zogenaamde “natte” chai met een relatief hoge vochtigheidsgraad. Dit levert een indrukwekkend schouwspel op van duistere kelders met zwart uitgeslagen muren (in feite een microscopische champignon die goed gedijt in vochtige en met alcohol bezwangerde ruimtes), spinrag en een hoop vaten bedekt onder een flinke laag stof.

Gewapend met een paar kleine proefglaasjes, een handdoek en een stuk tuinslang ging Bernard Bégaud ons voor in een proeverij zoals ik er zelden al één meemaakte. De vaten die voor ons lagen, bevatten zonder uitzondering Pineau des Charentes van 25-30 jaar oud. Hetgeen de hele zaak ronduit uniek maakte, was dat veel van die vaten Pineau mono-cépages waren. Zo proefden we Pineau van Colombard, van Semillon, van Ugni Blanc (3 verschillende), van Montils, van Merlot en van Cabernet. Bernard Bégaud sprak vat na vat aan totdat we in totaal zo'n 12-tal verschillende Pineaus geproefd hadden. Enorm verschillend (de ene meer kruidig, de ander meer honingachtig, nog een ander dan weer met nadruk op (gedroogde) rode vruchten) en vaak aartsmoeilijk om uit elkaar te houden. Maar ongelooflijk lekker en we voelden ons dan ook vereerd dat onze gastheer ons hier mee naartoe genomen had. Een voorrecht zo bleek want slechts een handvol mensen krijgt dit paradijs te zien. En hoewel de auto propvol zat, hebben we toch nog ergens een gaatje gevonden om een paar flessen (nauwelijks enkele uren voor de terugtocht gebotteld) mee te nemen om thuis van te genieten.

  • Reacties(0)//www.wijnblog.be/#post193

Cognac (2): une petite histoire

WijninfoGeplaatst door pvo 19 jul, 2011 01:24

Terwijl ik het in de eerste aflevering nog vooral had over begrippen zoals geografische afbakening, productiemethode en verschillende cru's, wil ik in deze blogpost wat uitweiden over de historische aspecten van Cognac. Een mooi geschiedkundig relaas dat hier bovendien – want ze werd me verteld door Bernard Bégaud zelf – ook naadloos de historische wortels van onze verblijfplaats mee in verweeft.

Het domein van het echtpaar Bégaud bevindt zich op het grondgebied van het gehucht Villars-les-Bois zoals u in deel 1 reeds kon vernemen. Het domein zelf heeft ook een specifieke geografische aanduiding: la Métairie de la Barre. Het begrip “métairie” verwijst naar een historisch (feodaal) stelsel uit de late Middeleeuwen waarbij een “métayer” aan landbouw deed op gronden waar hij niet de eigenaar van was en in ruil voor het gebruik er van een deel van de opbrengst (meestal 50%) moest afstaan aan de eigenaar van deze gronden (meestal de lokale “seigneur” (edelman) van het dorp en de omliggende gebieden). De aanduiding “barre” zou dan weer afgeleid zijn van “barros”, een oud-Keltische verwijzing die overeenstemt met “haut lieu”. Haut lieu is in deze op 2 wijzen te vatten; het duidt zowel op een heuvelachtige plaats (onze verblijfplaats ligt inderdaad merkbaar hoger dan de omringende wijngaarden en landbouwgronden) als op een verheven grond. Dit laatste verwijst dan weer naar de plaats waar naar alle waarschijnlijkheid een sacrale activiteit (tempel) gevestigd was. De etymologische betekenis van Métairie de la Barre levert in elk geval aanknopingspunten naar bewoning van deze plaats door de Kelten (Galliërs) in de periode 600-100 voor Christus. Van deze Kelten is geweten dat ze aan wijnbouw deden maar dan op een a-typische wijze als je het vergelijkt met de hedendaagse productiewijze. Van nature zou er in deze streek reeds een “vitis vinifera” variant aanwezig geweest zijn. De Kelten teelden deze voor eigen gebruik waarbij ze de druivenstok zoveel als mogelijk ongemoeid lieten. Het terrein rond de druivenstok werd vrijgemaakt van onkruid en bosgewassen maar voor de rest werd deze redelijk “wild” gelaten. Uiteraard was de drank die hiervan gemaakt werd mijlenver verwijderd van de huidige wijnproductie en werd ze naar alle waarschijnlijkheid louter gebruikt voor religieuze aangelegenheden.

Vanaf 60 voor Christus rukt ene J. Caesar in een waar blitzkrieg tempo door Gallië en rijft hij het ene gebied na het andere binnen. Ook deze streken vielen uiteindelijk ten prooi aan de Romeinse gebiedshonger. Met de Romeinen kwam ook de eerste min of meer commercieel geïnspireerde vorm van wijnbouw. Behalve soldij ontvingen de Romeinse legionairs een dagelijks rantsoen van (3 liter!!!) wijn. Logischerwijze moest de lokale wijnproductie dus opgevoerd worden en werd het natuurlijke bosbouw stelsel van de Kelten vervangen door een wijnteelt die reeds veel dichter aanleunde bij de actuele wijnbouw. De Romeinse bezetting leidde er ook toe dat de Keltische bestaanswijze uitgewist werd ten voordele van een Gallo-Romeinse samenlevingsvorm.

Vanaf de 3e eeuw begonnen de Romeinen het gezag over Gallië te verliezen tengevolge van de inval van de Gothen. Eenmaal het westen van het huidige Frankrijk ten prooi was gevallen aan de Gothen, kwam het ook in dit gebied snel tot abrupte veranderingen. De Gothen lieten de door de Romeinen in het leven geroepen wijnteelt- en landbouwmethodes min of meer intact zij het onder andere voorwaarden. De lokale bewoners werd het leven gespaard op voorwaarde dat ze voortaan een soort slavenbestaan aanvaardden waarbij ze 2/3 van de oogst die ze verbouwden, moesten afdragen aan de lokale bezetters. Dit systeem zou uiteindelijk uitmonden in het Middeleeuwse feodaal stelsel waarbij lokale edellieden het merendeel van de opbrengsten van hele dorpen en omliggende gebieden naar zich toe trokken. Ook hier op Métairie de la Barre zijn daar nog sporen van terug te vinden. Het gehucht werd bestuurd door een lokale seigneur die hier een kasteel liet optrekken met specifieke verbindingswegen naar de kerk (aan de rand van het dorp) EN de Métairie de la Barre. Het oudste gebouw op de Métairie dateert overigens van rond de 12e eeuw en geeft aan dat het domein deel uitmaakte van het kerngebied van de lokale seigneur.

Het feodale stelsel werd uiteindelijk tenietgedaan door de Franse Revolutie maar dit betekende daarom niet dat de lokale bevolking bevrijd werd van de armoede. Na de Franse Revolutie werden de eigendommen van de lokale adel genationaliseerd en vervolgens per opbod verkocht. Qua staatsgeorganiseerde hold-up kan dit enigszins tellen! In de praktijk leverde dit in deze streek een mozaïek op aan kleine percelen waarbij de bewoners probeerden te overleven door schapen te hoeden, groenten en vruchten te telen en wijn te verbouwen.

Het gebied van de Métairie de la Barre was minder versnipperd dan sommige overige percelen omdat het na de Franse Revolutie aangekocht werd door notarissen die het steeds onverdeeld verder verkochten.


Terug naar de wijnbouw nu. Hoewel er dus lokaal reeds wijn geproduceerd werd, bevond het zwaartepunt van de wijnproductie zich dichter bij de zee. In de omgeving van wat nu de havenstad La Rochelle is, werden aanzienlijke hoeveelheden witte wijn verbouwd. Dat de productie vooral daar plaats vond was geen toeval want de wijn werd vanaf de 13e eeuw door Hollandse handelaars naar Noord Europa verscheept. De productie vond dus plaats dichtbij de havens van waaruit de wijn geëxporteerd zou worden hetgeen een aanzienlijke besparing qua transport met zich mee bracht.


De plaats van de productie leverde echter ook nadelen op want in de loop van de volgende eeuw vielen plunderaars meermaals de kustgebieden binnen en richtten grote verwoestingen aan. Uit veiligheidsoverwegingen verplaatste men de productie daarom verder landinwaarts. Het is in deze periode dat het stadje Cognac faam begint te verwerven als belangrijk commercieel handelscentrum. In de 14e en 15e eeuw neemt de productie hand over hand toe maar dit gaat wel gepaard met een steile neergang in kwaliteit van de gemaakte wijn.


De verscheping van die wijn zadelt de Hollanders nog met een ander probleem op. Vaak blijkt de licht alcoholische witte wijn niet bestand tegen het verre transport en komt ze totaal bedorven aan in de afzetgebieden. De mercantiele Hollanders denken echter een oplossing gevonden te hebben en introduceren vanuit Afrika alambieken die ze gebruiken om de wijn mee te distilleren. Deze alambieken werden reeds door de Chinezen gebruikt om parfum te vervaardigen door extractie uit bloemen en planten. Het achterliggende idee was om de wijn eerst tot “brandewijn” te distilleren en vervolgens in de afzetgebieden door het aanlengen met water te proberen om het goedje opnieuw tot wijn om te toveren. Het resultaat was niet bepaald een onverdeeld succes en leverde vaak een quasi ondrinkbaar brouwsel op. Het liet de Hollanders wel toe om grote hoeveelheden te exporteren gezien de brandewijn in verhouding veel minder plaats innam op de handelsschepen. Helaas voor de Hollanders lustten hun klanten er niet zoveel pap van en haakten ze in grote getale af.

Inmiddels vond men in de Charente eind 16e of begin 17e eeuw het principe van de meervoudige distillatie uit. Er doen heel wat legendes (o.a. dat van de geestelijke wiens hart door de duivel een 2e maal moest “gekookt” worden omdat hij niet bezweek aan de verleiding na een eerste beproeving) de ronde maar het verhaal van Bernard Bégaud komt me ergens historisch wel relevant over. Een zekere chevalier (Jacques) de la Croix-Marron (de Ségonzac) begint – ontevreden met de resultaten van de enkelvoudige distillatie – te experimenteren door de brouwsels meerdere keren te verhitten en te distilleren. Hij volgt hiermee het spoor van de alchemisten en weet dat dergelijk geëxperimenteer niet zonder gevaar is. De katholieke kerk aarzelt in die periode immers niet om alles wat ook maar een geur van ketterij heeft naar de brandstapel te verwijzen. Onze chevalier beslist dan maar om have en goed te verkopen en treedt toe tot een kloosterorde waar hij de lokale abt weet voor zijn experimenten te winnen. Gedekt door de religieuze zegen van vader abt, distilleert hij de oorspronkelijke wijn tot 5 keer toe, de zogenaamde “quintessence”. Uiteindelijk komt men tot de bevinding dat 2 distillaties volstaan en dat verdere pogingen nog weinig toevoegen aan de kwaliteit die men na 2 beurten reeds bekomt. Het resultaat van deze 2 distillatiebeurten levert een eau-de-vie op die heel wat fijner en hoger in alcohol is dan het brouwsel dat destijds uit de Hollandse alambieken kwam.

Ondertussen hadden de Hollanders ook andere katten te geselen want de Britten snoepten hen de commerciële hegemonie af na een bitse strijd en de vernietiging van de Hollandse koopvaardijvloot. De Britten namen dus ook de handel in “brandewijn” of eau-de-vie over maar principieel veranderde er niets. Het distillaat werd nog steeds gebruikt als basis om met water versneden te worden en als “wijn” geserveerd te worden.

En opnieuw zal het toeval de ontstaansgeschiedenis van Cognac een serieus handje helpen. Er breekt een langdurige periode aan van economische crisis en de export van op vat gestoken eau-de-vie valt stil. De vaten eau-de-vie blijven noodgedwongen liggen in de opslagplaatsen en per toeval ontdekt men jaren later dat het distillaat een zeer gunstige evolutie heeft gekend door dit lange verblijf op vat. De eau-de-vie is niet langer glashelder van kleur maar heeft een karamelkleurige teint verkregen en is qua aroma ook geëvolueerd tot een veel zachter en mooier product. Degustatie van deze verouderde eau-de-vie wees bovendien uit dat deze in feite niet meer aangelengd hoefde te worden met water maar meteen als eindproduct kon verkocht worden. Dit is in feite de geboorte van Cognac zoals we ze nu kennen!

De Britten ruiken hun kans en beginnen vanaf de 18e eeuw her en der in de Charente grote handelshuizen de zogenaamde “Comptoirs” op te zetten. Sommige bestaan nog steeds en het verklaart vooral waarom zoveel grote Cognac-huizen een Angelsaksisch klinkende naam hebben.

Cognac moet echter nog één catastrofe doorstaan nl. de uitbraak van de Phylloxera plaag omstreeks 1875. Deze wijngaardziekte zal het productieareaal tussen 1875 en 1893 herleiden van 280.000 ha tot 40.000 ha. Door het gebruik van Amerikaanse onderstammen waarop de druivenstokken worden geënt, overkomt men ook deze zware slag. De Phylloxera plaag heeft in wezen niets verandert aan het productieproces maar zorgde er wel voor dat de meer resistente Ugni Blanc voortaan de belangrijkste druivenvariant (90%) wordt voor de creatie van Cognac.

In het laatste deel van het drieluik over Cognac gaan we over tot het proeven van eau-de-vie, Cognac en Pineau-des-Charentes!


  • Reacties(1)//www.wijnblog.be/#post189

Cognac (1): l'introduction

WijninfoGeplaatst door pvo 08 jul, 2011 00:23

Op dit eigenste ogenblik geniet ik samen met ons gezin van een weekje vakantie in de Charente-Maritime. De Charente-Maritime is een departement aan de westkust van Frankrijk en ligt wijn-technisch gesproken wat geprangd tussen de grote wijngebieden van Loire en Bordeaux.

Een contact met wijnbouwer Bernard Bégaud op het Salon des Vignerons Indépendants te Rijsel mondde eerder toevallig uit in de beslissing om hier een weekje te vertoeven. We huren een gîte die paalt aan de woning van het echtpaar Bégaud in Villars-les-Bois, een gehucht op zo’n 15 km rijden van het stadje Cognac.

En hiermee is de toon meteen gezet voor wat een blog-drieluikje gaat worden. De Charente-Maritime (samen met het aangrenzende departement Charente) vormt immers het kerngebied voor de productie van Cognac, één van de meest verfijnde gedistilleerde dranken die ik ken. Behalve de Cognac, wordt in deze contreien ook veel Pineau des Charentes geproduceerd en een handvol Vins de Pays. Hoewel ik het hierna vooral over Cognac zal hebben, wil ik occasioneel ook wel eens uitweiden over Pineau des Charentes. Vooral omdat deze versterkte wijn bij ons nogal vaak wat smalend afgedaan wordt als aperitief voor op leeftijd zijnde dametjes.

Cognac is in feite zeer eenvoudig te vatten: er is maar één AOC (Appellation d’Origine Controlée) Cognac en alle flessen die het label Cognac dragen moeten dus aan de vereisten van de AOC reglementering voldoen. Het productiegebied voor Cognac werd reeds op 1 mei 1909 bij decreet vastgelegd op basis van het onderzoek naar de bodemstructuur dat de geoloog Henri Coquand in 1860 uitvoerde. Bijkomende regels en de officiële verheffing tot AOC status werden vervolgens uitgevoerd door decreten van 1936 en 1938. Toch is de AOC Cognac geen homogene zone. Binnen het productiegebied – dat zich uitstrekt over de departementen Charente-Maritime, Charente, Deux-Sèvres en Dordogne – kan men 6 zogenaamde crus onderscheiden. Deze crus werden afgebakend op basis van de bodemgesteldheid en hiermee gekoppeld potentieel kwaliteitsniveau. Van hoog naar laag op de kwaliteitsladder onderscheiden we Grande Champagne, Petite Champagne (beiden vooral kalkachtige ondergrond en gekenmerkt door veel finesse), Borderies (kleinste gebied, vooral klei-silex ondergrond, meer ronde en zachte aroma’s), Fins Bois, Bons Bois en Bois Ordinaires (ondergrond varieert van klei-kalkachtig tot meer zanderig, minder verfijnd dan de vorige crus en hebben minder tijd nodig om te rijpen). Tot slot vind je op sommige flessen ook nog de vermelding Fine Champagne terug. Dit is geen cru maar wel een Cognac die afkomstig is uit de beide Champagnes met een minimum van 50% Grande Champagne.

Cognac komt tot stand na een vrij complex distillatie- en rijpingsproces. Vooreerst wordt van de druiven uit de productiezone een stille, witte wijn gemaakt. Midden oktober worden de druiven geoogst en geperst. Na fermentatie wordt een wijn bekomen die zich kenmerkt door een zeer hoge aciditeit en een lage alcoholgraad (8%-9%). Het is deze wijn die na een proces van distillatie omgezet zal worden in een eau-de-vie die uiteindelijk uitgroeit tot Cognac. De distillatie voltrekt zich in 2 stappen. In eerste instantie wordt de wijn verhit in een koperen alambiek waardoor alcoholdampen gevormd worden. Deze dampen worden vervolgens afgekoeld (via een “serpentin” die door een reservoir met koud water wordt geleid) en gecondenseerd. Deze eerste distillatie levert de “brouillis” op, een (troebel) distillaat met ongeveer 30° alcoholgehalte. De brouillis wordt vervolgens opnieuw verhit en een tweede maal gedistilleerd. Deze tweede distillatie heet “bonne chauffe”. Van het tweede distillaat worden de “têtes” (de eerste liters die zeer alcoholisch zijn), “secondes” (wanneer het alcoholgehalte onder 60° daalt) en “queues” (einde distillaat) gescheiden. Het middengedeelte of “coeur” is een heldere, doorzichtige eau-de-vie die vervolgens op vat gelagerd wordt en aan zijn rijpingsproces kan beginnen. De restfracties (têtes, secondes en queues) worden vermengd met wijn of brouillis en ondergaan een nieuwe distillatieronde. Elke distillatiecyclus bedraagt ongeveer 12 uur.

De witte wijn die gedistilleerd wordt tot eau-de-vie kan gemaakt worden van de volgende druivenvarianten: Colombard, Ugni blanc, Sémillon, Folle blanche, Montils en Folignan. De meest geschikte druif – omwille van de resistentie tegen rot en omdat ze wijn van hoge aciditeit oplevert – is evenwel de Ugni blanc. Deze druif staat dan ook in voor het leeuwendeel van de totale productie van witte wijn bestemd voor de distillatie tot Cognac. Voor de productie van Pineau des Charentes gelden in hoofdzaak dezelfde druiven. Voor de witte Pineau is ook Sauvignon blanc toegelaten als druivenvariant. Er bestaat ook rode en rosé Pineau des Charentes en hiervoor wordt gebruik gemaakt van Cabernet Sauvignon, Merlot en Cabernet Franc.

Na het distillatieproces wordt de jonge eau-de-vie op eiken fusten gelagerd en moet er minimaal 2 jaar verstreken zijn vooraleer het product als Cognac gebotteld kan worden. De opslag op vat laat een geleidelijke interactie met de omgevingslucht toe waardoor de eau-de-vie langzaam daalt in alcoholpercentage en tegelijkertijd een veelheid aan aroma’s ontwikkeld. Door de inwerking van het hout ondergaat de jonge Cognac ook een kleurevolutie van doorschijnend wit (zoals een glas water) tot goudgeel en zelfs donker amberkleurig. Het rijpingsproces zal er voor zorgen dat de Cognac uitrijpt en geleidelijk aan zachter, romiger en voller van smaak wordt. Het rijpingsproces heeft ook zijn pijnlijke kanten want per jaar op vat verliest de Cognac ongeveer 3% volume door evaporisatie. Het ontsnappen van de Cognac aan de lucht wordt poëtisch “la partie des anges” genoemd. Het evaporisatieproces zorgt voor de kenmerkende geur die in de “chais” hangt en is tevens verantwoordelijk voor een zwarte aanslag op de muren (binnen- en buitenkant!) omdat de alcoholische dampen een voedingsbodem vormen voor een soort microscopisch kleine zwam.

Eenmaal klaar om gebotteld te worden, moet de Cognac ook een label meekrijgen die een indicatie geeft over de ouderdom. Op fles evolueert de Cognac niet meer verder en dus is het inderdaad aangewezen om enige informatie over de leeftijd op het etiket op te nemen. We mogen echter niet uit het oog verliezen dat de meeste Cognac-types een assemblage zijn van meerdere oogstjaren. Daarom geldt als stelregel dat de leeftijd die vermeld wordt op het etiket moet overeenstemmen met de jongste eau-de-vie die aan de assemblage toegevoegd wordt. Meng je Cognac van respectievelijk 2-5-10 jaar oud dan heb je geen XO maar een VS. Overigens wordt voor Cognac niet gerekend in jaren maar in comptes (compte 2, 4, 6 etc.). Dit komt omdat Cognac maar als dusdanig mag gebotteld worden 2 jaar na de 1e april van het jaar volgend op de oogst van de druiven die gebruikt werden voor de distillatie (compte 2). Cognac waarvan de jongste eau-de-vie behoort tot compte 2 krijgt het label VS (Very Special) of wordt aangeduid met 3 sterren. Cognac met compte 4 als jongste eau-de-vie heeft het label VSOP (Very Superior Old Pale) of Reserve. Wanneer de jongste eau-de-vie tot de catgeorie compte 6 behoort, krijgt de Cognac de vermelding Napoléon, XO (eXtra Old) of Hors d’Age. Vanaf 2016 zijn de labels XO en Hors d’Age gereserveerd voor Cognac waarvan de jongste eau-de-vie een compte 10 heeft!

In de volgende episodes gaan we dieper in op de ontstaansgeschiedenis van Cognac en de bijzonderheden van Maison Bernard Bégaud.

Links bij dit artikel:

Een zeer goede referentiesite over Cognac: www.cognac.fr

Info over Charente-Maritime: www.charente-maritime.fr en www.en-charente-maritime.com

Maison Bernard Begaud: www.bernardbegaud.net

  • Reacties(0)//www.wijnblog.be/#post187

Wit in rood?

WijninfoGeplaatst door pvo 12 jun, 2011 03:08

Ik ben een groot liefhebber van de wijnen uit de Noordelijke Rhône, een wijnstreek die zich ongeveer uitstrekt van Vienne tot Valence in het departement van de Ardèche. Om precies te zijn moet ik nog even meegeven dat dit wijngebied - Rhône Septentrionale genoemd - ook nog de wijngaarden om en rond de stad Die in het departement van de Drôme omvat. Het is in dit laatste gebied dat de Clairette de Die en de Crémant de Die geproduceerd worden. Overigens worden er ook interessante rode wijnen gemaakt zoals je elders op deze blog kunt lezen. Maar voor dit artikel beperk ik me tot de Ardèche en laat ik de Drôme even voor wat het is.

De Noordelijke Rhône in druiven vatten, lijkt op zich zeer eenvoudig: Viognier, Marsanne en Rousanne voor wit en Syrah voor rood. Dit is echter veel te kort door de bocht want deze streek kenmerkt zich door een paar unieke blends. Hetgeen de Noordelijke Rhône wel tot relatief makkelijk te doorgronden streek maakt, is dat het aantal AOC's gevat is in een handvol gekende tot zeer illustere wijngebieden.

De eerste AOC die je tegen komt als je vanuit het noorden dit wijngebied aandoet, is er al meteen één om u tegen te zeggen: Côte-Rôtie. In Ampuis en een aantal omliggende gemeenten tref je het oudste wijngebied uit de hele Rhône aan waar de druiven geteeld worden op steile hellingen (de beroemde Côtes Blonde en Brune). Hier wordt enkel rode wijn geproduceerd. Aha, op basis van Syrah dus, zal u zeggen. Ja, maar in een fles Côte-Rôtie moet slechts 80% Syrah zitten. De overige 20% (er zijn echter weinig wijnbouwers die zo ver gaan) mag Viognier zijn.

De twee volgende AOC's zitten minder complex ineen althans wat druivensamenstelling betreft. Condrieu en Château Grillet leveren enkel witte wijnen die voor 100% van Viognier gemaakt zijn. Deze twee AOC's moeten het in naambekendheid misschien afleggen ten opzichte van Côte-Rôtie maar geloof me maar dat hier wijnen worden gemaakt die tot de absolute top van het Franse assortiment behoren. Vooral Château Grillet heeft een quasi iconografisch statuut. Logisch ook want deze kleine enclave (nog geen 4 ha) binnen Condrieu behoort toe aan één enkel domein nl. Château Grillet. Dit domein slaagde er in om reeds in 1936 zijn eigen AOC te versieren!

Verder zuidwaarts belanden we in Saint-Joseph, de grootste AOC van de Noordelijke Rhône. Hier worden zowel rode als witte wijnen geproduceerd zij het dat de witte duidelijk het kleine broertje (10%) vormen. Voor de witte wijnen geen spoor meer van Viognier te bekennen. Net als aan de overkant van de Rhône spelen Rousanne en Marsanne hier de hoofdrollen. Voor de rode wijnen is ook hier de Syrah uiteraard koning en keizer tegelijkertijd. Maar net als voor de Côte-Rôtie mag een rode Saint-Joseph ook voor een deel met witte druiven aangevuld worden. In dit specifieke geval mag tot 10% Rousanne en/of Marsanne toegevoegd worden. De wijnen van Saint-Joseph zijn wel een stuk lichtvoetiger dan deze uit de Côte-Rôtie of Hermitage en worden ook best jonger geconsumeerd.

Aan de overkant ligt het gebied van Crozes-Hermitage, in volume de grootste AOC van de hele streek. Ook hier treffen we zowel witte als rode wijnen aan. Het verhaal loopt volledig gelijk met dat van Saint-Joseph (90% rode wijnen, toevoeging van witte druiven toegelaten) behalve dat hier tot 15% Marsanne of Rousanne mag gebruikt worden in de rode wijnen. Terwijl Saint-Joseph vooral elegante wijnen voortbrengt, zijn deze van Crozes-Hermitage vaak wat rustieker en minder verfijnd.

In het hart van de AOC Crozes-Hermitage ligt de vermoedelijk meest legendarische herkomstbenaming van deze streek: Hermitage of Ermitage. Dit kleine wijngebied (135 ha) levert witte (30%) en rode (70%) wijnen op van haast mytische proporties. De wijngaarden liggen op de hellingen van de heuvel tegenover het stadje Tain l'Hermitage. De witte wijnen worden hier gemaakt van Marsanne, al dan niet aangevuld met Rousanne en de rode van Syrah waar - net zoals bij Crozes - tot 15% witte druiven aan toegevoegd mogen worden. Veel producenten verkiezen echter om 100% Syrah te gebruiken voor hun rode wijn hetgeen bijzonder expressieve en tanninerijke wijnen oplevert. Zowel de rode als de witte wijnen hebben een zeer lange bewaartermijn en hebben jaren tijd nodig om alle aroma's tot volle ontplooing te laten komen.

Ten zuiden van Saint-Joseph arriveren we in Cornas, een minder gekend wijngebied dat in termen van kwaliteit echter onmiddellijk op Côte-Rôtie en Hermitage volgt. Cornas is zonder enige twijfel de meest recht voor de raapse AOC: één gemeente (Cornas), één AOC (enkel rode wijn), één druivensoort (Syrah) en één dominante ondergrond (graniet). De wijnen uit Cornas zijn in hun jeugd zeer tanninerijk en mineralig en daarom minder makkelijk te appreciëren. Geef deze wijnen echter een 5-10 jaar de tijd om zich te ontplooien en uw geduld zal rijkelijk beloond worden. Qua prijszetting een stuk duurder dan Saint-Joseph maar toch nog altijd goedkoper dan Hermitage en Côte-Rôtie en daarom ook vanuit prijs/kwaliteitsoogpunt in de gaten te houden.

De laatste AOC van de Noordelijke Rhône is deze van Saint-Peray waar enkel witte wijnen worden gemaakt van Rousanne en/of Marsanne. Deze AOC kenmerkt zich ook door de productie van schuimende wijnen. Bij ons zijn deze echter weinig gekend en ook zeer moeilijk te vinden.

Uiteraard kan ik moeilijk over de Noordelijke Rhône schrijven zonder er een fles uit de streek bij te pakken. Van een wijnsalon in het najaar nam ik enkele flessen Domaine Faury, Côte-Rôtie, 2008 mee naar huis.

Kleur: semi-transparant, roodpaars met lichtere rand

Neus: extreem aromatisch, fruit (framboos, braam, blauwe bes, cassis) en fijne specerijen stuiven het glas uit, gevolgd door een flinke snuif versgemalen zwarte peper en een leuke florale (viooltjes) toets. Een bijzonder aantrekkelijke neus waar je maar niet genoeg van krijgt.

Smaak: bijzonder fruitige aanzet (korf van rode en zwarte besvruchten), eerder elegant (schitterend frisse aciditeit) dan robuust, mooie peperige en kruidige finale, duidelijk afkomstig uit een koeler jaar, geen storende houtinvloed, een instant klassieker (zeer typerend Côte-Rôtie).

Website wijnproducent: www.domaine-faury.fr

  • Reacties(0)//www.wijnblog.be/#post184

Winelife Magazine

WijninfoGeplaatst door pvo 12 feb, 2010 23:54

Enkele weken terug zag ik tijdens een zaterdagse boodschappentocht in de plaatselijke supermarkt iets nieuws liggen in de rayon van de tijdschriften. Een in avondkledij uitgedoste Barack Obama stak me quasi uitnodigend een glas wijn toe vanop de cover van een tijdschrift. Het bleek het gloednieuwe nummer te zijn van een mij onbekend wijntijdschrift: Winelife Magazine. Ik besloot dat een uitnodiging van de president van de Verenigde Staten maar beter niet genegeerd wordt en nam het exemplaar voor verdere exploratie mee naar huis.

Winelife Magazine blijkt een piepjong - en dus ook nagelnieuw - Nederlands wijntijdschrift te zijn dat 2-maandelijks verschijnt in een oplage van 40.000 exemplaren. Ik heb de februari-maart editie inmiddels helemaal uit en vond het geen slecht idee om mijn bevindingen even met jullie te delen.

Gezien de origine van het tijdschrift uiteraard ook een Nederlandse redactie met - wat een wonder in de door mannen gedomineerde wijnwereld - een vrouwelijke hoofdredactrice. Tot spijt van wie het benijdt, is het ook te merken in de schrijfstijl en inhoud van het blad. Kijk, ik wil geen polemiek starten maar het Poldermodel druipt er zo een beetje van af. Het tijdschrift is doorspekt met ons vreemde woorden of uitdrukkingen (wat dacht je van woorden als "retelekker", "koebrochette", culinair hoogstampje" en "wijnoloog") die oerhollands in de oren klinken. Verder helaas ook een aantal columns die me een iewat bedroevende indruk nalieten en soms slechts heel marginaal nog iets met wijn te maken hadden. Maar het ergst van al vind ik nog dat het allemaal wat te vrijblijvend en te oppervlakkig blijft. Bijwijlen had ik echt het gevoel dat ik een exemplaar van De Morgen Magazine (speciale bijlage bij de zaterdagkrant) aan het doorbladeren was en niet een gespecialiseerd wijntijdschrift. Echt zonde!

Het blad lijkt me gericht te zijn op een behoorlijk koopkrachtig maar minder met wijn vertrouwd publiek en focust zich niet (genoeg) op de gepassioneerde wijnliefhebber. Jammer is ook dat het tijdschrift zich exclusief wendt tot de Nederlandse lezers (van alle besproken wijnen enkel referenties bij Nederlandse wijnhandels) terwijl het ook bij ons in de rekken ligt.

Is het dan een totale miskleun? Neen, zover wil ik zeker niet gaan. Het blad scoort naar mijn gevoel wel goed met de (wijn)reisreportages over Australië, Chili, Libanon, Barcelona en Tirol die ik in het nummer aantrof. Verder is het tijdschrift ook meer dan behoorlijk verzorgd qua layout (sober maar zeer degelijk en aangenaam om lezen) en zetwerk (geen taalfouten en geen verkeerd geplaatste of weggevallen rubrieken en dergelijke).

Bij het tijdschrift hoort ook een website: www.winelifemagazine.nl. Een duidelijke en overzichtelijke website overigens die mee is met zijn tijd en heel erg de Web 2.0-stijl belichaamt. Je vindt er veel en heldere informatie over de abonneeservice, advertentiemogelijkheden, redactieteam en uitgangspunten van het tijdschrift. Helaas is men dan wel weer bijzonder karig met de informatie over de inhoud van het meest recente nummer (geen teaser om je naar de krantenwinkel te doen hollen) en is er slechts een schematische weergave van wat je mag verwachten in het blad zelf. Maar helemaal "not done" vind ik de wijnshop waar je flessen kan bestellen. Het commercieel aanbod van wijn lijkt me moeilijk te rijmen met de onafhankelijke berichtgeving die van een wijntijdschrift moet uitgaan.

Net zoals in het echte leven blijkt de Obama van op de cover ook maar een gewone mens te zijn en geen uit de hemel neergedaalde halfgod.

  • Reacties(4)//www.wijnblog.be/#post127

Polderwijn

WijninfoGeplaatst door pvo 22 jan, 2010 00:09

Maandag moest ik even bij de dokter langs en in de wachtkamer bladerde ik wat door het oktobernummer van het National Geographic Magazine. Tot mijn niet geringe verbazing stond daar een artikel in met een stand van zaken over de Nederlandse wijngaarden.

En uit het artikel komen toch wel een aantal markante zaken naar voor. Zo waren er in 1997 slechts een 8-tal Nederlandse wingerds van 1 hectare of meer. Een al bij al zeer bescheiden aantal dat tegen 2009 echter steil opgelopen is tot boven de 90. Ik kon al meteen een illusie naar het rijk der fabelen verwijzen. Tot nu toe had ik het gevoel dat België als wijnverbouwend land reeds een stuk verder aan de weg getimmerd had dan de Noorderburen. Maar afgaand op het bestaande wijnbouwareaal lijken me de zaken er eerder omgekeerd voor te staan. Wel lijkt de overheid in België een meer proactieve houding aan te nemen en voluit werk te maken van een noodzakelijke wettelijke omkadering inzake herkomstbenamingen.

Een tweede opvallend feit is dat de wijngaarden in Nederland over het gehele land verspreid zijn. Zo vind je bijvoorbeeld ook wingerds langs de kustlijn in Zeeland of in het noordelijk gelegen Friesland. Wel is er een zekere concentratie te merken in Nederlands Limburg en dat hoeft niet te verbazen want ook aan de Belgische kant valt heel wat wijnactiviteit te noteren (Haspengouw).

In Nederland wordt logischerwijze ook veel aandacht besteed aan en gewerkt met druivenrassen die aangepast zijn aan een koud en relatief vochtig klimaat en bestand zijn tegen tal van schimmelziekten. In rood hebben we het dan bijvoorbeeld over varianten zoals Regent, Cabernet Cortis en Pinotin. In wit vallen namen op zoals Cabernet Blanc, Solaris en Johanniter. Stuk voor stuk klonen of kruisingen van druivensoorten die veel bekender in de oren klinken zoals Cabernet Sauvignon, Pinot Noir, Pinot Gris, Riesling enz.

Grappig is dat in Nederland niet gesproken wordt over een wijnboer of een wijnbouwer maar over een wijngaardenier. Klinkt een beetje stijf en ouderwets als je het mij vraagt. Maar goed, een kwart van de Nederlandse wijngaardeniers beweert biologisch te werken en het gebruik van pesticiden en herbiciden te weren. Vraag is natuurlijk inhoeverre die biologische reflex ook nog doorwerkt achter de deuren van de wijnkelder.

Het artikel in National Geographic had mijn nieuwsgierigheid aangewakkerd en ik ben eens gaan rondneuzen op zoek naar meer informatie over de Nederlandse wijngaarden.

Een absoluut te bezoeken website is www.nederlandsewijngaarden.nl. Je vindt er vooreerst een bijzonder uitgebreide oplijsting van de bestaande Nederlandse wijngaarden (zowel miniscule hobby wingerds als de commercieel uitgebate wijngaarden die duizenden flessen voortbrengen). Elke wijngaard kan aangeklikt worden en voert je naar een fiche met info over aangeplante druiven, grootte en locatie, website enz. Overigens worden ook de Belgische wijngaarden netjes opgelijst.

Wat me ook opgevallen is dat je op heel wat foto's van de wijngaarden een blauwe (plastic) folie opmerkt die onderaan tegen de stam van de wijnstokken wordt aangebracht. Iets dergelijks viel me niet meteen op in wijngaarden van andere landen. Weet iemand waar dit precies voor dient?

Voor de wijnliefhebbers die zich helemaal willen onderdompelen in de Nederlandse wijnbouw kan ik even verwijzen naar het recent verschenen boek "Nederland nieuw wijnland" van freelance journaliste Cila van der Endt.

Meer info over dit boek is te vinden op de site van de uitgever: www.terralannoo.nl en je kan het ondermeer kopen via de on-line handel www.bol.com. Ik vermoed dat dit boek eenbeetje de Nederlandse tegenhanger is van het eveneens in 2009 verschenen boek over de Belgische wijngaarden (zie een eerdere post in reeks Vlaamse Wijnblogdagen).

  • Reacties(0)//www.wijnblog.be/#post124
Volgende »